Bijna iedereen weet wel ongeveer wat homeopathie is, maar er zijn veel misverstanden. Hoe kan een pilletje waar niets inzit nou werken? Wij zijn gewend om het lichaam te zien als een chemische fabriek. Een geneesmiddel zou altijd een werkzame stof moeten hebben om ‘werkzaam’ te kunnen zijn. Homeopathie werkt echter anders.

Eigenlijk geneest het lichaam zichzelf op basis van de informatie uit een homeopathisch middel. Het middel zelf ‘werkt’ dus niet maar fungeert alleen als informatiedrager. Het zelfgenezend vermogen doet vervolgens het werk.

Hoe werkt het in het lichaam?
Het water (of de alcohol) waarin een stof is opgelost functioneert als informatiedrager van deze oorspronkelijke stof. Vergelijkbaar met een cd met muziek. Ook daarin vind je de oorspronkelijke instrumenten niet meer terug, maar wel de klanken (de informatie). De informatiedrager moet vervolgens wel ‘gelezen’ kunnen worden. Als je een cd in de magnetron stopt komt er geen muziek uit. Vertaald naar de homeopathie: het middel moet bij de patiënt passen anders wordt de informatie niet, niet goed, of incompleet “gelezen”.

De informatie uit het middel gaat te werk op basis van de similia regel; het gelijkende kan het gelijkende genezen. Het lichaam probeert altijd de toestand die er is te handhaven. Als je bijvoorbeeld koude handen hebt kun je ze onder de warme kraan houden. Even worden ze dan heerlijk warm. Zodra de warme kraan uit gaat koelen de handen weer snel af. Wanneer je de koude handen onder de koude kraan doet, voelt dat even heel onaangenaam maar daarna zorgt het lichaam er zelf voor dat ze weer warm worden. Dit is precies wat er na een passend homeopathisch middel ook gebeurt. De klacht – in dit geval de koude – wordt eerst versterkt, waarna het lichaam zelf de klacht gaat oplossen. Dit verklaart ook waarom het middel zo goed moet passen. Precies die klachten moeten worden teruggegeven via het homeopathische middel waar de patiënt zelf last van heeft.

Wat zit er in een homeopathisch middel?
Door een stof te verdunnen en te schudden (dat noemen we potentiëren) kunnen eigenschappen van de stof worden overgebracht op een oplosmiddel – meestal water of alcohol. De eventuele giftigheid van de oorspronkelijke stof verdwijnt. De eigenschappen van de oorspronkelijke stof blijven behouden. De eigenschappen van een stof die in onverdunde vorm bepaalde klachten veroorzaken, zullen diezelfde klachten opheffen als de stof gepotentieerd verdund wordt toegediend. De achtergebleven stofeigenschappen kunnen worden gemeten met licht. Op dezelfde wijze stellen astronomen bijvoorbeeld ook vast welke stoffen er voorkomen op ver verwijderde sterren.