In 1843 publiceerde de Duitse arts Samuel Hahnemann zijn Organon der Geneeskunst. In die eeuw was hij zijn tijd ver vooruit met zijn visie op ziekte en gezondheid. Belangrijke ‘behandelingen’ in die tijd waren het aderlaten en het smeren van zalven met giftige hoeveelheden kwik, lood en zwavel. Deze behandelingen waren vaak kwalijker waren dan de ziekte zelf.

Hahnemann bekeek ziekte en gezondheid op geheel andere wijze. Hij beschreef op basis van pure observatie een aantal begrippen die nu algemeen bekend zijn:

  • de werking van een virus
  • erfelijke belasting
  • het rebound effect van medicatie

Homeopathie is vanuit het oude Grieks te herleiden naar ‘homoios’ (gelijksoortig) en ‘pathos’ (lijden/ziekte). Homeopathische middelen zijn extreme verdunningen van stoffen die dezelfde symptomen oproepen als de te bestrijden ziekte. Dit gelijksoortigheidsprincipe is ook terug te zien in oude huismiddeltjes, zoals bij verkoudheid een ui naast het bed.

Hieronder een aantal belangrijke onderdelen uit zijn gezondheidsleer.

§1 De hoogste en enige roeping van de arts is zieke mensen beter te maken, wat men genezen, ‘helen’ noemt.

§2 Het hoogste ideaal van genezen is een snel, zachtzinnig en duurzaam herstel van de gezondheid, of wel opheffing en vernietiging van de ziekte in haar gehele omvang, op de kortste, betrouwbaarste en onschadelijkste wijze, volgens goed begrijpelijke beweegredenen.

§4 Hij draagt tevens zorg voor de gezondheid, als hij weet waardoor deze kan worden verstoord waardoor ziekten worden veroorzaakt en in stand gehouden en als hij deze stoorfactoren van de gezonde mens weet weg te houden (preventieve geneeskunde).

§5 Voor zijn geneestaak heeft de arts de volgende hulpmiddelen nodig: bij acute ziekte de gegevens van de meest waarschijnlijke aanleiding, bij chronisch lijden de belangrijkste momenten uit de hele ziektegeschiedenis om de grondoorzaak ervan op te sporen die meestal berust op een chronisch miasma*.

* Het concept miasma (Grieks: ‘vervuiling’) is in onze tijd te vergelijken met erfelijke factoren: vatbaarheid voor bepaalde ziekten op DNA niveau.

§6 De onbevooroordeelde waarnemer weet hoe waardeloos bovenzinnelijke speculaties zijn, die niet door ondervinding kunnen worden bevestigd. Hoe scherpzinnig hij ook moge zijn, hij moet het doen met wat hij zintuiglijk aan de buitenkant kan waarnemen aan veranderingen in de toestand van lichaam en geest, aan ziekteverschijnselen, bijzonderheden en symptomen. Dat zijn dan afwijkingen van de gezonde, voormalige toestand van degene die nu ziek is dus datgene wat de patient zelf voelt, wat zijn omgeving aan hem waarneemt, wat de arts zelf aan hem observeert. Deze waarneembare verschijnselen tezamen vertegenwoordigen de ziekte in haar volle omvang, d.w.z. ze vormen met elkaar het enig echte en enig denkbare ziektebeeld.

§9 Als de mens gezond is, heerst de spirituele levenskracht (autocratie), die als Dynamis het stoffelijk lichaam (het organisme) leven doet, onbeperkt. Ze houdt al zijn delen in een bewonderenswaardig harmonisch, levende werking, die zich uit in voelen en handelen, zó, dat de met verstand toegeruste psyche zich vrij van dit levende, gezonde instrument kan bedienen voor de hogere bedoelingen van ons bestaan.

§10 Als men de levenskracht wegdenkt, is ons stoffelijk organisme niet in staat te voelen, te handelen zich in stand te houden. Alleen dat onstoffelijke (die levenskracht, dat levensbeginsel), dat in gezondheid en ziekte het organisme aan de gang houdt, maakt dat de mens beleeft en functioneert.

§25 Nu leert ons het enige betrouwbare orakel van de geneeskunde, nl. de pure ervaring, bij elk zorgvuldig onderzoek, dat het middel dat bewezen heeft bij de gezonde mens de meeste symptomen te kunnen produceren die lijken op de symptomen van de te behandelen ziekte, inderdaad ook de totaliteit van de symptomen van deze ziektetoestand opheffen en in gezondheid omzetten kan.

§26 Dit berust op die homeopathische natuurwet, die weliswaar hier en daar vermoed, maar tot dusver niet erkend was en die de basis is van alle echte genezingen van oudsher: In het levende organisme wordt een zwakkere dynamische aandoening blijvend uitgedoofd door een sterkere, wanneer deze, hoewel verschillend van aard in haar manifestatie er zeer op lijkt.

§27 Omdat deze natuurwet overal ter wereld haar bevestiging vindt in elk zuiver onderzoek en in alle betrouwbare ervaringen, omdat ze dus een feit is, komt het eigenlijk minder aan op de wetenschappelijke verklaring van de manier waarop dit dan gebeurt en ik hecht er weinig waarde aan zoiets te proberen. Toch houd ik de hier volgende beschouwing voor de meest waarschijnlijke, omdat deze zich alleen op gegevens baseert, die aan ervaring ontleend zijn.

Meer lezen? U kunt het boekje Organon der Geneeskunst van Samuel Hahnemann kopen o.a. bij Merlijnboekhandel.nl